De Historie van Luctor et Emergo

Wat speelde zich af onder de blauwgele vlag!

De oprichting van Luctor et Emergo 

Over de oprichting van Luctor et Emergo bestaat geen enkele twijfel. Deze geschiedde op  1 april 1931 in de kapsalon van de familie Beunk. Op deze tweede bijeenkomst, de heren A. Beunk, B. Hammink, A. Hammink, F. Kaay en A. Averink waren op 24 maart 1931 ook al eens bijeengekomen, werd er opnieuw gesproken over de problematiek rondom voetballende jeugd en na wat wikken en wegen werd besloten een voetbalclub in het leven te roepen.

De man die echter de eerste aanzet voor de oprichting van Luctor et Emergo gaf, luisterde naar de naam Andries Oddink. Als politieman had hij het namelijk zwaar te verduren op het Sluiterveld. De meeste bewoners zagen Oddink immers als vertrouwensman en telkens als er weer eens een ruitje werd ingetrapt, was hij de man die als eerst werd aangesproken. De agent was het straatvoetbal beu en besloot dus eens met bovengenoemde mensen te gaan praten.

De oprichting van Luctor et Emergo was echter niet de eerste oprichting van een voetbalvereniging op het Sluitersveld. In 1924 had men namelijk al eens een voetbalclub in het leven geroepen. De club speelde in die jaren op een veld achter café “De Mooie Vrouw”, dat eigendom was van de familie Heerdink. De club kwam echter maar moeizaam van de grond en na het behalen van een aantal slechte resultaten ging deze, eind jaren twintig, ook al snel weer ter ziele. Het veld achter café “De Mooie Vrouw” bleef echter al die tijd onaangeroerd liggen en kon bij de oprichting in 1931 voor  fl. 40,– per jaar opnieuw gehuurd worden.
Freek Kaay ontpopte zich in die tijd als de grote animator, caféhouder Hammink schonk de doelpalen, agent Oddink de eerste speelbal en mijnheer Hedeman (de textielbaron) gaf, naast de eerste leren bal, een aantal rollen jutte, die men langs het veld kon spannen om nieuwsgierigen op afstand te houden. De twee varkenshokken achter de woning van de Fam. Heerdink deden dienst als kleedkamers en de scheidsrechter mocht zich verkleden in één van de kamers van de Fam. Heerdink. Wassen kon men na afloop onder de pomp op de deel, waarna men zelf de varkenshokken schoon moest maken.

Om zo snel mogelijk in competitieverband uit te mogen komen, moest er een naam voor de club bedacht worden. Een Zeeuwse douanier, waarvan zelfs de oudste leden zijn naam vergeten zijn, bracht uitkomst. De Zeeuw bleek ingekwartierd in Almelo, was tijdens de oprichtingsvergadering toevallig binnen komen lopen en kwam met de naam “Luctor et Emergo” op de proppen.  De naam, een verwijzing naar het wapen van de provincie Zeeland, werd meteen aangenomen, “Ik worstel en kom boven” en het verwoordt goed de instelling waarmee de club in 1931 begon en nog steeds speelt.

Arend Averink werd in het oprichtingsjaar benoemd tot eerste voorzitter en kreeg later zelfs de titel erevoorzitter opgespeld. Zijn naam loopt in de eerste veertig jaar als een rode draad door de vereniging en telkens als de nood aan de man was, nam hij de positie van voorzitter weer op zich.  Op 1 september 1931 telde de club 14 leden. Voetbalkennis of -kunde speelde geen rol en de meesten waren de dertig allang gepasseerd. De eerste competitiewedstrijd in de derde klasse van de TVB ging dan ook prompt met 8-0 naar de tegenstander uit Hellendoorn.

De club groeide echter gestaag door. Zo meldde de familie Van Dalen zich met drie man sterk aan en ook Veldhuis, “van de koale wei”, kwam de club met drie leden versterken. Bovendien kocht de club van de heer Hammink sr. voor fl. 50,– echte kleedkamers, zodat de scheidsrechter, de tegenstander en de eigen spelers zich afzonderlijk konden omkleden. Na het afspoelen onder de pomp kon men zich afdrogen met één handdoek, die door de vereniging ter beschikking was gesteld. Echte kleerhaken aan de wand en een bank om op te zitten. Het werd beschouwd als een weelde en een professionele aanpak.

Het duurde tot 1933 alvorens het eerste kampioenschap werd binnengehaald en promotie naar de tweede klasse van de T.V.B. een feit werd. Echter, voor het uitkomen in die tweede klasse moest het veld achter “De Mooie Vrouw” door de technische dienst van de T.V.B. gekeurd worden en prompt werd het afgekeurd. Er zat namelijk een flinke kuil in het midden van het veld en de legende verteld dat daar in een ver verleden een boom heeft gestaan, ook toen Luctor et Emergo er al voetbalde.  Onzin natuurlijk. Er zat wel een flinke kuil, dat is waar, maar dat is natuurlijk te verhelpen door het hele terrein te egaliseren. Met man en macht, veel mensen waren werkloos vanwege de crisis in die tijd, werd het probleem uiteindelijk verholpen en bij de start van het nieuwe seizoen was het veld vlak en hadden de graszoden net voldoende tijd gehad om zich weer vast te hechten aan de ondergrond.

Het seizoen 34/35 leverde opnieuw een kampioenschap op na promotiewedstrijden tegen Oldenzaal en Rijssen Vooruit. Voor het eerst in het bestaan bereikte men de eerste klasse van de T.V.B. en ook daar zou men een goed figuur slaan.
Luctor et Emergo bestond inmiddels zes jaar en was uitgegroeid tot een vereniging met twee seniorenteams en een team met junioren. Bertus Freeze, oud-speler van Heracles en het Nederlands elftal werd als trainer aangesteld en verdiende in die tijd een slordig som van fl. 2,50 per week. Een zware last die uiteindelijk betaald kon worden uit de opbrengst van een loterij.

De verhuizing 

Na overleg met de gemeente verhuisde Luctor et Emergo in 1938 naar “Het Sportpark” aan de Sluiskade. Waarschijnlijk werd het te lastig en te kostbaar om het gerenoveerde terrein achter café “De Mooie Vrouw” ieder jaar maar weer aan de keuringseisen van de voetbalbond te laten voldoen.
Bovendien lag het voetbalveld volgens veel leden te ver verwijderd van de bebouwde kom.  Toen één van de leden opmerkte dat op het Gemeentelijke sportpark aan de Sluiskade nog ruimte was voor een voetbalvereniging en dat deze ruimte voor fl. 100,– per jaar gehuurd kon worden, werd in 1938 besloten de huur van de accommodatie bij “De Mooie Vrouw” op te zeggen en naar het Sportpark aan de Sluiskade te verhuizen. Drie speelvelden, een oefenveld en voor die tijd riante kleedkamers waren daar beschikbaar. Aanvankelijk werd het complex alleen door Luctor et Emergo gebruikt, maar in de jaren veertig werd de accommodatie ook de thuisbasis van PH, Oranje Nassau en MVV’29.

Donkere tijden (1940-1945) 

Uit de oorlogsjaren zijn niet veel officiële gegevens bekend. De bestuursontmoetingen waren gering en de competities verliepen chaotisch. Met halve- en noodcompetities werd de zaak in die tijd draaiende gehouden.
Het eerste elftal van Luctor et Emergo acteerde destijds in de vierde klasse van de NVB (nu KNVB), waardoor de reisafstanden een stuk groter waren. Die afstanden werden een steeds groter probleem en het eerste elftal werd op eigen verzoek teruggezet naar een competitie in de TVB. Wel stelde men bij Luctor et Emergo de voorwaarde dat, wanneer de situatie dit toe zou laten, men automatisch weer in de vierde klasse van de NVB ingedeeld zou worden. Dit verzoek werd door de NVB ingewilligd.

Een nieuw tijdperk 

Na de oorlogsjaren ging het voetballeven weer zijn normale gang. De regelmaat van bestuursvergaderingen en trainingen keerde terug en Luctor et Emergo werd zoals afgesproken weer ingedeeld in de vierde klasse van de NVB.
De oorlog, de onderdrukking en de uiteindelijke bevrijding hadden bovendien wat losgemaakt bij de bevolking. Veel mensen liepen met een enorme dadendrang rond, die in de zomer van 1945 uitmondde in het organiseren van een onderlinge halve competitie voor Almelose voetbalverenigingen. MVV’29, Almelo, La Première, PH, Rietvogels en Luctor et Emergo streden in die zomer om “de zilveren bal”. De wedstrijden waren enorm populair, kregen veel aandacht en tot ieders verbazing behaalde Luctor et Emergo met een sterk verjongd elftal, een gedeelde tweede plaats.
Hoewel er bij sommige spelers animo bestond om twee keer per week te gaan trainen, werd dit voorstel door het bestuur afgewezen. De opkomst zou naar hun mening te gering zijn. De goede prestaties bij de strijd om “de zilveren bal” en een aantal andere kleine successen boden echter onverwacht wat meer perspectief. Binnen de gelederen van Luctor et Emergo leek een vonk over te slaan. Er werd veel serieuzer getraind, men concentreerde zich wat nadrukkelijker op de komende wedstrijden en tijdens de competitie waakte men voor elke vorm van verslapping.
Luctor et Emergo moest hoe dan ook naar een hoger plan en dit leek ook te lukken. De ploeg van trainer Johan Veldhuis werd op zondag 2 april 1950 namelijk kampioenschap van de vierde klasse. Circa 3000 toeschouwers bezochten die middag de wedstrijd tussen Luctor et Emergo en MVV’29, die in een troosteloos gelijkspel (0-0) zou eindigen. Het kampioenschap was dus een feit, maar promotiewedstrijden tegen De Tubanters, Winterswijk en Geel-Zwart leverden helaas niet de felbegeerde plek in de derde klasse op. Het kampioenschap van de vierde klasse betekende voor een klein cluppie als Luctor et Emergo daarentegen wel een enorme stimulans.

Langzaam aan herstelde de financiële positie van de club zich en in 1951 kon men bij uitwedstrijden gebruik maken van een bus. Scheepers Tours bracht een offerte uit en met prijzen tussen de fl. 29,52 en fl. 51,66 werden spelers, bestuur en supporters naar uitwedstrijden in Lochem, Goor, Nijverdal en Hengelo vervoerd.

De mensen waren in die tijd erg betrokken bij een vereniging. Vooral in de dorpen rondom Almelo was het publiek zeer fanatiek en als er dan een uitwedstrijd in één van die dorpen op het programma stond, wist men op voorhand al dat men een lastige middag verwachten kon.
Maak ook binnen de Almelose grenzen werd er vaak fel om de winst gestreden. De verhoudingen tussen de Almelose verenigingen lag toen nog heel anders dan tegenwoordig en de rivaliteit tussen Almelo, MVV’29, La Première, PH, Rietvogels en Luctor et Emergo leidde dikwijls  tot een “geladen” atmosfeer. Na afloop ging men echter als vrienden uit elkaar, al was de rivaliteit een week na een wedstrijd vaak nog voelbaar.

Moeilijke tijden 

Ondanks de gemiste promotie in 1950 was de stemming binnen de club opperbest. Wat in 1950 niet lukte, dacht men in de daaropvolgende jaren wel te bereiken. De prestaties in het seizoen 1950-1951 vielen echter zwaar tegen. Er werd slecht getraind en elftallen moesten vaak met te weinig mensen op pad. Men eindigde dat jaar dan ook in de onderste regionen van de vierde klasse.
Veel erger was het ledenverlies. Verschillende leden gaven hun lidmaatmaatschap op, waardoor er op 1 juni 1950 slechts 125 personen als lid geregistreerd konden worden. Ter vergelijking, een jaar eerder stonden er nog 138 spelende leden ingeschreven.

Het seizoen kende echter niet alleen narigheid. Dirk Kaay werd in de loop van dat seizoen als speler van het tweede elftal voor het TVB-elftal opgeroepen. Dit gaf weer hoop voor de toekomst, al bleef meer ellende de club niet bespaard.
Allereerst was daar het vertrek van Gerrit Bokhove. De secretaris/penningmeester kondigde zijn voorgenomen huwelijk aan en verhuisde naar Wierden. Ook daalde het ledenaantal nog steeds en tot overmaat van ramp degradeerde het eerste elftal dat jaar naar de eerste klasse van de TVB. Met nog 116 leden op de ledenlijst was een terugkeer naar de vierde klasse van de KNVB vervolgens
het grote doel. Helaas, het eerste seizoen in de TVB was bar en bar slecht en men wist maar niet van de onderste plaats af te komen. Gelukkig vond er een herindeling van de competitie plaats en bleef Luctor et Emergo een afgang naar de tweede klasse bespaard.

In die tijd was het een rommeltje, bij het minste of geringste stelden mensen hun positie beschikbaar en vervangers waren bijna niet te vinden. Op 31 mei 1955 telde de club nog slechts 94 leden.

Betere tijden 

Halverwege de jaren 50 kroop de club weer langzaam uit het dal. Freek Kaay droeg op de jaarvergadering van 1955 de voorzittershamer weer over aan Arend Averink en met een receptie bij café Kamerling en een gezellige feestavond bij café Kleise aan de Bornsestraat vierde men het 25- jarig jubileum.

Ook op sportief gebied telde de club weer mee. Men speelde niet direct mee om de prijzen, maar betere tijden zouden volgen, zo was de verwachting.
De mensen kregen gelijk, want onder leiding van oud-international Frans van der Veen en assistent Bertus Timmerman won Luctor et Emergo in 1958 de beslissingswedstrijd tegen DSVD en keerde het na zes jaar terug naar de vierde klasse van de KNVB.
Er zou dat jaar een dubbel kampioenschap te vieren zijn, want ook Luctor et Emergo A1 kon als kampioen gehuldigd worden. Een ongekende prestatie en een bewijs dat Luctor et Emergo weer op het goede spoor zat.

Terug in de vierde klasse van de KNVB

Het eerste seizoen in de vierde klasse van de KNVB begon met een flinke aderlating. Trainer Frans van der Veen hield het dat jaar voor gezien en gaf het stokje over aan de heer Veldstra, hoofdonderwijzer van de Sluitersveldschool. Laatstgenoemde verhuisde echter al snel naar Arnhem en Bertus Timmerman werd opnieuw voor de groep gezet.
Timmerman voerde direct een flinke verjonging door, nam de middelmatige jaren die daardoor volgden voor lief en kreeg, zo leek, de beloning in 1963. Luctor et Emergo streed dat seizoen samen met PH en De Tukkers lange tijd om het kampioenschap en capituleerde pas op de tweede zondag van mei. PH was die dag met 3-1 te sterk, werd kampioen en promoveerde naar de derde klasse van de KNVB.

Het zat Luctor et Emergo in die tijd niet mee. In de daaropvolgende jaren waren Oldenzaal en De Tukkers ons in de vierde klasse de baas en moest men zich tevreden stellen met een tweede plek op de ranglijst. Succes kon echter niet uitblijven en kwam in het tweede jaar van trainer Joop den Dekker. Merkwaardig genoeg viel de beslissing in de wedstrijd tegen De Tukkers, dat ons twee jaar eerder nog van het kampioenschap had afgehouden. De ploeg van Joop den Dekker kwam achter, maar stelde nog voor rust orde op zaken. Na rust gooide men de schroom van zich af en speelde men de tegenstander volledig zoek. Eindelijk was het kampioenschap van de vierde klasse een feit en voetbalde men weer op derde klasse niveau.

De reconstructie van het Sportpark 

In 1964 vond er vanwege de aanleg van een nieuw zwembad een reconstructie van het Sportpark plaats. Aangezien het trainingsveld verdwenen was en er destijds niet op de speelvelden getraind mocht worden, moest de club op zoek naar een tijdelijke trainingsaccommodatie. Uiteindelijk kon men terecht op één van de bijvelden van het sportcomplex op de Ossenkoppelerhoek. Het kostte wat improvisatie, maar de goede opkomst bij de training bewees dat de geest in die periode bijzonder goed was.
Achteraf gezien heeft de reconstructie van het sportpark onze vereniging sterker benadeeld dan werd verwacht. Luctor et Emergo hield, ondanks een sterke groei van het ledenbestand, slechts twee speelvelden over, maar was daarentegen wel weer de enige voetbalclub op het sportpark. PH verhuisde in de periode namelijk naar een nieuw sportcomplex aan de Horstlaan.

De jaarvergadering van 1964 bracht een belangrijke verandering op bestuurlijk niveau met zich mee. Arend Averink trad definitief af als voorzitter, maar bleef wel als bestuurslid aan de club verbonden. Geert Kroeze werd zijn opvolger, HJ Slot de penningmeester, HAH Slot de secretaris en Keupers, Bijker en Hutten maken het bestuur compleet.

Het nieuw geïnstalleerde bestuur stelde zich direct daadkrachtig op en liet met spoed en voor een kapitale som van ± hfl. 2000,- een lichtinstallatie op het trainingsveld plaatsen. Met het overige kapitaal, men had vóór de plaatsing van de lichtinstallatie een batig saldo van  hfl. 6100,- in kas, werd begonnen met de bouw van een eigen clubhuis, dat in 1965 zijn deuren voor het eerst zou openen. Veel leden zetten bij de bouw hun beste beentje voor, maar uiteindelijk moest er toch een aannemer aan te pas komen, die het clubgebouw goed afbouwde.

Het begin van een succesvolle periode 

Ondanks de overlijdensberichten van secretaris Henk Slot en erelid H.J. Snijders werd het seizoen ‘65/’66 gekenmerkt om haar positieve punten.
Vanzelfsprekend keek men met trots naar het nieuwe clubhuis, maar ook de dameskaartclub ziet dat jaar, evenals de eerste editie van het clubblad, het eerste levenslicht. Bovendien waren daar de uitstekende prestaties van ons eerste elftal, die in tegenstelling tot eerder jaren nu wel voor langere tijd in de top bleef meedraaien.
Met de komst van trainer Joop den Dekker, brak de succesvolle periode pas echt aan. Dick Jager werd in het tweede jaar van Den Dekker niet alleen topscorer, maar kroonde Luctor et Emergo mede door zijn doelpunten tot kampioen van de 4e klasse van de KNVB. Ook het 2e, het 5e en 6e elftal zouden in deze succesvolle periode een kampioenschap binnenhalen.

Het bestuur stond in die tijd onder leiding van Bertus Lammers, een van de kopstukken van ZPA. Bovendien komen we Jan Velthuis dan voor het eerst tegen als secretaris, een positie die hij tot 15 juli 2012 zou bekleden.
Bertus Lammers had alles uitstekend voor elkaar had, maar stopte kort na de promotie van ons eerste elftal als voorzitter van Luctor et Emergo. J.G. Hondebrink (2e voorzitter) nam zijn taken tijdelijk waar en werd op zijn beurt weer opgevolgd door de inmiddels 70-jarige Arend Averink.

Acht jaar in de derde klasse. 

Luctor et Emergo begon goed in de voor hen nieuwe klasse. Er stond bij het begin van dat seizoen direct een derby tegen PH op het programma. Een prestigezaak die overtuigend met 0-3 werd gewonnen. Ondanks de nederlagen tegen Borne en Rigtersbleek, die daarna volgden, raakte de ploeg van trainer Joop den Dekker steeds beter ingespeeld en na 10 wedstrijden stond men zelfs op een verdienstelijk tweede plaats. In het Paasweekend pakte men zelfs de koppositie, maar deze plek wist men uiteindelijk net niet vast te houden. Met 29 punten eindigde men dat seizoen op de tweede plaats.

In het seizoen ‘70/’71 was de start van het seizoen allerminst overtuigend. Toch stond men halverwege dat seizoen, samen met PH, op een gedeelde tweede plaats. Helaas was het Hengelose Achilles’12 dat jaar oppermachtig en bleek het kampioenschap opnieuw een illusie.

Na het 40-jarige jubileum in 1971 werden de prestaties wat minder. Men streed dan wel niet direct tegen degradatie, maar men moest wel iets beter gaan opletten. Mede door een goede eindsprint eindigde men dat jaar met 24 punten uit evenzoveel wedstrijden in de middenmoot. Misschien waren we wel een beetje verwend door de resultaten vanaf 1968. In elk geval: na vijf glorierijke jaren was de scherpte er blijkbaar vanaf en moest men zich tevreden stellen met wisselende successen en een plaats in de middenmoot van de derde klasse.

Toch hield niemand rekening met het idee dat we een stap terug moesten doen. Wel vertrok trainer Joop den Dekker, maar het bestuur had een groot vertrouwen in opvolger Leo van de Wijngaart. Samen met assistent Johan van Lente moest hij de ploeg van nieuw bloed voorzien.
De verjonging zou uiteindelijk gevolgen hebben, want waar in het seizoen ‘75/’76 rechtstreekse degradatie nog net afgewend kon worden, was er in 1977 geen houden meer aan. Na acht jaar in de derde klasse van KNVB was de degradatie naar de vierde klasse een feit.

Ook in de vierde klasse ging het niet direct van een leiendak. Integendeel, opnieuw streed de ploeg tegen degradatie en na twee moeizame jaren moest men noodgedwongen de gang naar de eerste klasse van de TVB maken.
Toch bleef de geest van de vereniging uitstekend. In de persoon van Ron Dellow vond men bovendien een trainer die de boel weer in gang kon trekken, zo was de mening. Dellow stond bekend als een trainer met een enorme staat van dienst, die naast verstand van het spelletje een elftal bijzonder goed kon motiveren.

De nieuwbakken trainer van Luctor et Emergo startte in 1933 zijn voetballoopbaan voor Blackburn Rovers FC en kwam daarna tot 1939 uit voor achtereenvolgens Mansfield Town FC, Manchester City FC en Tranmere Rovers FC. In augustus 1939 tekende hij een contract voor Carlisle United FC, maar door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, Dellow was als piloot in dienst van de Royal Air Force, duurde het tot 1946 voordat hij zijn officiële debuut voor deze club maakte. In 1947 beëindigde hij zijn actieve voetballoopbaan en werd trainer.

Op voorspraak van voormalig Ajax-coach Jack Reynolds werd Dellow in 1948 aangesteld als coach van Hermes DVS uit Schiedam. Het was de start van een langdurige loopbaan bij verschillende Nederlandse ploegen. Dellow coachte HBS (1952-1953), Blauw-Wit, ’t Gooi, HVV (1956-1958), SHS (1958-1959), opnieuw HBS (1960-1961), Volendam (1964-1969), SC Gooiland (1969-1971?), SC Heracles (1972-1975) en Helmond Sport (1975-1977). In de genoemde periode zal de trainer ook succesvol zijn. Zo werd hij in 1967 met Volendam kampioen van de Eerste divisie en in 1974 boekte hij met Heracles in het toernooi om de KNVB beker een legendarische 4-2-overwinning op Ajax.

Nadat hij in 1977 bij Helmond vertrok, keerde Dellow terug naar Almelo waar hij jarenlang actief was bij onze vereniging. Onder trainer Ron Dellow was handhaving het motto, maar ook andere onderdelen van de club bouwde hij uit. Zo voorzag hij de E- en F-jeugd jarenlang van oefenstof en ook voor het tweede elftal en de veteranen voelde hij zich niet te groot.

De veteranencompetitie

De bestuurders van Luctor et Emergo werden zich steeds bewuster van het feit dat men voetballers langer aan de vereniging moest zien te binden. Vroeger was het namelijk gebruikelijk om tussen de 30 en 35 jaar te stoppen met voetballen, waardoor de betrokkenheid in het verenigingsgebeuren op een laag pitje kwam te staan.
De club bleef echter groeien en om alles in goede banen te kunnen leiden, kon men versterking in het kaderbestand bijzonder goed gebruiken. Er moesten dus activiteiten georganiseerd worden. Activiteiten waar de oudere garde zich in kon vinden en waardoor men aan de club verbonden bleef.

De daad werd bij het woord gevoegd. Men besloot een elftal te formeren dat deel ging nemen aan een veteranencompetitie. Veel oudgedienden speelden namelijk wel eens een wedstrijd tegen een andere veteranenteam en hadden wel interesse in meer wedstrijden van dit soort. Aanvankelijk waren de prestaties in deze wedstrijden niet belangrijk, maar dit zou al vrij snel veranderen. De
veteranencompetitie werd namelijk door meerdere Almelose verenigingen vertegenwoordigd en natuurlijk wilde men niet van elkaar verliezen. Deze prestatiedrang zou Luctor et Emergo uiteindelijk diverse malen een kampioenschap opleveren.
In de loop van de jaren ’70 werd er opnieuw een elftal met veteranen geformeerd, waarvan de spelers destijds voornamelijk uit ons eerste elftal kwamen. Bovendien werd er jarenlang een jaarlijks terugkerend veteranentoernooi georganiseerd. Freek Kaay stelde hiervoor een wisselbeker beschikbaar.

Met een succesvolle deelname aan de veteranencompetitie was het doel dus bereikt. Luctor et Emergo bleek in staat om spelers langer aan de club te binden. Belangrijker; naast het feit dat men actief bleef als voetballer, konden deze mensen na verloop van tijd ook ingezet worden bij andere activiteiten binnen de vereniging.

Uitwisselingen met andere verenigingen

In 1957 kwam er een uitwisseling tot stand met de voetbalvereniging “Schwarz-Weisz” uit Breckerfeld. De uitwisseling met “Schwarz-Weisz” bleef, met een korte onderbreking van vier jaar, ruim twintig jaar voortduren.
Maar er waren niet alleen uitwisselingen met “Schwarz-Weisz”. Luctor et Emergo onderhield in het verleden ook nauwe contacten met Schledehausen, Sv Grüne, SC Hennen (beiden uit Iserlohn), Hekelingen (Zeeland) , FC Ketels (Limburg) en Alphia (Alphen aan de Rijn).

Toch zullen vele leden een bijzonder gevoel krijgen wanneer men terugkijkt op de uitwisselingen met “Schwarz-Weisz”. Oud-doelman Albert Keupers en Hans Vos, destijds jeugdbestuurslid, hielden er zelf hun echtgenotes aan over.

Het clubblad 

Bertus Timmerman, Geert Kroeze, Joop Schokker en een aantal andere leden waren de grote initiatiefnemers bij het uitbrengen van de eerste editie van het clubblad. Men kocht een oude stencilmachine, de kopie werd zelf getypt en in de kelder onder de woning van Geert Kroeze werd het eerste exemplaar in elkaar gedraaid.
Begin jaren zeventig kwam het clubblad niet meer uit, maar in 1973 wordt er op voordracht van de nieuwe voorzitter Herman Slot een nieuwe poging gedaan. Naast het clubblad heeft de jeugdafdeling ook nog enkele jaren een eigen jeugdkrant gehad onder de naam Luctor junior. De redactie van deze krant werd gevormd door de dames Reinsma, de Vries, de Groot en Tienstra, maar ook de heren Molenaar en de gebroeders Soer maakten deel uit van deze redactie.

De Dameskaartclub 

Met de opening van ons eerste clubhuis in 1965 was daar ook de oprichting van de dameskaartclub. Volgens de heren Geert Kroeze, Jan (Opa) Jansen, Ab Jonkman en Arend Jansen moest de betrokkenheid van het andere geslacht omhoog en met de oprichting van een kaartclub werd dit doel bewerkstelligd. Voortaan werd er op “stille” woensdagavonden gejokerd en één keer in de maand stond er een avond prijskaarten op het programma.

De dameskaartclub functioneerde goed. Meerdere malen moest er vanwege de grote belangstelling een ledenstop doorgevoerd worden. Inmiddels bestaat de kaartclub 48 jaar en is men niet meer weg te denken binnen het verenigingsleven van onze club.

Carnavalsvereniging “De Ginnegappers”

In 1971 werd er binnen de vereniging een carnavalsvereniging met de naam “De Ginnegappers”
opgericht. De eerste prins luisterde naar de naam Prins Geert de Eerste. Albert Jonkman werd dat jaar tot adjudant van de Prins benoemd.

De oprichting van de carnavalsvereniging bleek een dure aangelegenheid, want het eerste kostuum, waaronder de muts, moest uit eigen zak betaald worden. Voor de aanschaf van de jasjes ging men zelfs op eigen vervoer naar Amsterdam. Bovendien had de Raad van Elf in de persoon van Albert Keupers jr. een decoratiekunstenaar tot haar beschikking.

Ondanks het feit dat er tijdens het Carnaval een Prinsenbal en een Carnavalsfeest werd georganiseerd, vond de Raad van Elf dit niet genoeg. Er moest een kindercarnaval komen, iets dat uiteindelijk ook bewerkstelligd werd.
Al vrij snel daarna werd aan die groep gevraagd ook andere activiteiten voor de club te gaan organiseren, zoals het 50-jarig bestaan ( 1 april 1981) en de Openhuis dagen op het Sluitersveld. Maar gaandeweg werden er ook kaartavonden, droppings, puzzeltochten en bingoavonden georganiseerd.

Damesvoetbal 

De emancipatie schreed voort, het damesvoetbal nam hand over hand toe en in 1974 werd het damesvoetbal ook in Nederland geaccepteerd. Ook bij Luctor et Emergo bleek er veel vraag naar deze tak van voetbalsport en in 1975 was de oprichting van damesafdeling door toedoen van Ferry Tieman en Marie Friesacher een feit. Luctor et Emergo was daarmee bovendien één van de eerste verenigingen die het damesvoetbal introduceerde.

Het niveau werd gaandeweg steeds beter. Met wisselende resultaten voetbalde men zelfs op hoofdklasseniveau. Dit niveau was helaas net iets te hoog gegrepen. De eerste punten, behaald tegen het dameselftal van WHC, bleken niet voldoende om degradatie te voorkomen.

Ondanks deze teleurstelling bleef de damesafdeling van Luctor et Emergo aan de weg timmeren. Nieuwe leden schreven zich in waardoor men, naast enkele meisjesteams, een tweede damesteam kon formeren.

Helaas kwam er na 25 jaar een kink in de kabel. De aanwas van jonge meisjes werd steeds minder en enkele lichtingen bleken niet het gewenste niveau te hebben. Meisjes die wel het gewenste niveau hadden keerden de vereniging de rug toe waardoor een respectabel team op de been krijgen een hele klus werd.

Huldigingen op de nieuwjaarsbijeenkomst van 1974 

Op de nieuwjaarsbijeenkomst in 1974 werden leden, die 25 of 40 jaar lid waren van Luctor et Emergo, voor het eerst gehuldigd. Bovendien was er een gouden speld was voor Freek Kaay, Gerrit Bokhoven en Manus van Dalen. Tot ereleden werden benoemd; H.J. Snijders, Manus van Dalen, Freek Kaay, Arend Averink en Geert Kroeze.

De vereniging bruiste en leefde volop. Willem Hommen kwam met zijn straatvoetballertjes de vereniging versterken en zodoende ontstond de aspirantenafdeling onder leiding van Geert en Henny Kroon. Ook Jan “Opa“ Jansen speelde hierin als kapitein op het schip, een actieve rol. De wedstrijd van zo’n 70 aspirantjes tegen het eerste elftal werd een traditie.

Willem de Groot, die op 7 december 1981 bij een noodlottig ongeval helaas om het leven kwam, volgde Arend Jansen op en Wim Nijkamp werd hij als bestuurder van Luctor et Emergo gekozen in de commissie jeugdplan van de Twentsche Voetbal Bond. Later zou hij als bestuurslid 12 jaar zitting  nemen in het bestuur van de Afd. Twente en na de samenvoeging van de vijf afdelingen tot het district Oost werd hij gekozen in het bestuur van dat district. Deze functie vervulde hij drie jaar en ook hier nam hij de portefeuille zaalvoetbal voor zijn rekening. In de laatste jaren nam hij zitting in de Almelose Sportraad en de Almelose Voetbal Federatie en vervulde hij in het seizoen 2012-2013 kort de functie van secretaris van onze vereniging.

De vereniging groeide op het Sportpark uit tot een club die met de bescheiden accommodatie zo langzamerhand uit haar jasje groeide en uitbreiding van het clubhome was dan ook geboden voor de steeds groter groeiende club. Begin jaren tachtig ging het niet meer en werd het clubhuis geheel afgebroken en vervangen door een prachtig onderkomen, dat op 8 maart 1980 aan de beheercommissie kon worden overgedragen.

Niet lang daarna kwam het bestuur tot de conclusie dat het Sportpark te klein werd. Het Sportpark Veenelanden werd ontwikkeld. Luctor et Emergo zette zijn zinnen op dit nieuwe complex en koos voor een medestrijder in de vorm van DVO ’71, dat al veel te lang op het Maatveld speelde. Luctor et Emergo en DVO‘71 bleken een strijdbaar koppel, maar de gemeente koos voor PH.
Wel kregen we toen het aanbod om met de club naar sportcomplex “de Horst” te verhuizen, maar de leden besloten het knusse Sportpark trouw te blijven.

Het was in de zeventiger jaren dat de ontwikkeling binnen Luctor et Emergo in een stroomversnelling kwam. De autoloze zondag deed zijn intrede en toenmalig voorzitter Herman Slot, een meester in het uitdenken van strategieën, besloot om op de fiets naar uitwedstrijden te reizen.

In 1975 bedankte Herman Slot als voorzitter en een opvolger was niet direct voor handen. Na enkele maanden werd C.J. Klok bereid gevonden om de taak van voorzitter op zich te nemen. Klok zat echter maar heel kort op die positie. Helaas werd hij ziek en moest om die reden zijn functie beschikbaar stellen. De club deed een beroep op Frans van Klingeren, maar dacht met weemoed terug aan Herman Slot. Laatstgenoemde werd in 1977 dan ook opnieuw tot voorzitter gekozen.
Herman Slot predikte in die periode stabiliteit en continuïteit en hanteerde de voorzittershamer met verve. Wel moest de club een gevoelig verlies slikken. Freek Kaay en Manus van Dalen, twee enorme steunpilaren van de club, kwamen in die jaren namelijk te overlijden.

Op 4 april 1981 wordt het vijftig jarig jubileum gevierd met Alex Glaudemans als de ceremoniemeester. De receptie zou dat jaar in het clubhuis plaatsvinden, de feestavond bij café/restaurant Kampkuiper.
Ter gelegenheid van dit 50-jarig jubileum staat er op 29 april 1981 een wedstrijd tegen oud-Ajax op het programma. Coryfeeën als Sjaak Swart, Klaas Nuninga, Bennie Muller, Ton Pronk en vele andere oud Ajax-spelers komen het opnemen tegen het eerste elftal van Luctor et Emergo.
Bovendien staan er in die weken veel voetbaltoernooien en ontmoetingen met partnerverenigingen, zoals Schwartz-Weis uit Breckerveld. op het programma en werd er ter gelegenheid van het jubileum een jubileumboek uitgebracht.

Sportief bleef het op en neer gaan. Na het vertrek van Ron Dellow die continuïteit bracht, kwam Sollat voor de groep te staan. Het elftal presteerde wisselvallig en speelde geen enkele rol van betekenis. Halverwege het seizoen ‘84/’85 moest de trainer vanwege tegenvallende prestaties het veld ruimen. Johan Beekman zou tot het einde van het seizoen de honneurs waarnemen, maar kon degradatie naar de 2e klasse van de TVB niet meer voorkomen. Wel bleef Johan na de degradatie als trainer aan en talentvolle jeugdspelers kregen dat jaar de kans om zich te bewijzen. Succes werd echter niet gehaald.

In 1986 werd er afscheid genomen van Johan Beekman en de uit Goor afkomstige Ate Relker nam dat jaar het roer over. Met zijn onorthodoxe manier van werken creëerde Relker een haast onverslaanbaar team en leid zijn elftal met twee kampioenschappen naar de vierde klasse van de KNVB. De hernieuwde kennismaking met de vierde klasse beviel goed. De resultaten waren redelijk en Luctor et Emergo draaide naar behoren. Meer dan een vijfde plek zit er dat seizoen echter niet in en Relker besluit dat het na drie seizoenen mooi is geweest.

Het bestuur vond in Johan Lohuis een opvolger voor de naar Goor (Hector) vertrokken Relker. Het eerste seizoen van Lohuis werd direct een succes. Wat in het voorbije seizoen nog net niet lukte, werd in het seizoen ‘89/’90 wel bewerkstelligd. Luctor et Emergo werd kampioen en promoveerde opnieuw naar de derde klasse.
Het tweede seizoen onder leiding van Johan Lohuis verliep echter minder voorspoedig. Er werd dat jaar best aardig gespeeld, maar telkens stond men aan de verkeerde kant van de score. Uiteindelijk besloot men tot het op non-actief stellen van trainer Lohuis, waarna Ron Dellow als interim-trainer voor de groep kwam te staan. Handhaving bleek echter niet meer mogelijk en men moest noodgedwongen weer een stap terug doen naar de vierde klasse.

Na de degradatie uit de derde klasse begon trainer Harry Stockman met een sterk gewijzigd elftal aan het nieuwe seizoen. Het zou een zwaar seizoen worden, waarin de nieuwe trainer het gehele seizoen te maken kreeg met blessures en schorsingen. Op de laatste speeldag won het eerste elftal echter van Tilligte, zodat handhaving een feit werd.
In het daaropvolgende seizoen ging het onder leiding van trainer Stockman een stuk beter. Samen met elftalleider Dick Looms smeedde hij namelijk een hecht team, dat helaas telkens net iets te kort kwam voor promotie naar de derde klasse.

De verhuizing naar sportpark “De Horst”

De verhuizing vanaf het steeds krapper wordende Sportpark was niet meer tegen te houden. Waar een verhuizing eind jaren zeventig nog door de leden werd afgewimpeld, ging de verhuizing nu wel door. Na vele ledenvergaderingen, waarin de emoties soms hoog opliepen (de oudere leden wilden het Sluitersveld eigenlijk niet verlaten) werd toch besloten om te verkassen naar de accommodatie aan de Horstlaan, waar op dat moment korfbalvereniging AKC haar thuiswedstrijden speelde.

AKC zou aan de Sluiskade de beschikking krijgen over een kunstgrasveld en Luctor et Emergo zou aanzienlijk kunnen uitbreiden aan de Horstlaan.
In 1995 werd het nieuwe sportcomplex aangelegd. Terwijl Arend Jansen als één van de animatoren gezien kon worden, hield Herman Slot de financiële kant van het verhaal in de gaten. Wim Nijkamp coördineerde het geheel voor wat de bouw en aanleg betrof en kreeg bovendien van de KNVB dispensatie, zodat hij in de drie jaar die zouden volgen, de rol van voorzitter uit kon oefenen.

Later bleek deze verhuizing , mede door de vasthoudendheid van de onderhandelaars qua accommodatie, de meest belangrijke te zijn in de historie van de club. Zij hielden vast aan de opdrachten die zij kregen, vooral tegenover de gemeente Almelo en de Almelose Sportraad.  De ontwikkeling van de club kreeg een enorme impuls, daar waar op het Sportpark met zekerheid een pas op de plaats gemaakt had moeten worden. De fantastische zelfwerkzaamheid van onze leden zette de puntjes op de i.

Hoogte- en dieptepunten op sportief gebied.

In 1995 kwam Freddy Bruggink als trainer voor onze eerste selectie te staan. De aanstelling van Bruggink bleek een gouden greep te zijn, want het seizoen werd niet alleen afgesloten met een tweede plaats, men kwalificeerde zich dat seizoen bovendien voor de nacompetitie, die winnend werd afgesloten.
In het daaropvolgende seizoen beleefde men een uitstekende rentree in de derde klasse. Het seizoen werd uiteindelijk met een vierde plaats afgesloten en die plek gaf helaas net geen recht op nacompetitie.

Na twee succesvolle seizoenen zette Bruggink een punt achter zijn trainerscarrière en zijn opvolger luistert naar de naam Bert Boes. Laatstgenoemde kende in zijn periode bij onze club echter weinig geluk. Mede door vele blessuregevallen en schorsingen draaide het elftal voor geen meter en uiteindelijk eindigde de ploeg op de voorlaatste plaats, een plek die rechtstreekse degradatie zou betekenen.
Ook het tweede seizoen onder leiding van Bert Boes verliep verre van goed. Men kwam opnieuw in degradatienood, waardoor Boes op non-actief werd gezet. Freddie Bruggink zou het seizoen afmaken. Het bleek een goede beslissing, want met een achtste plek werd handhaving uiteindelijk alsnog veiliggesteld.

Met het aantrekken van de 28-jarige Jerry Arjaans wist men een uitstekende vervanger voor de opnieuw naar de achtergrond verdwenen Freddie Bruggink te contracteren. De jongste trainer uit de geschiedenis van onze club liet zijn elftal fris en verzorgd voetballen en behaalde in zijn eerste seizoen een uitstekende vierde plaats op de ranglijst. In het tweede seizoen onder leiding van Arjaans leek het nog beter te gaan. Het elftal stond het gehele seizoen bovenaan, maar moest na het beslissingsduel met BWO, de ploeg uit Hengelo behaalde dat seizoen evenveel punten, een bittere pil slikken. Het allesbeslissende duel ging namelijk verloren, waardoor de ploeg van Jerry Arjaans veroordeeld werd tot deelname aan de nacompetitie. Het zal u niet verwonderen dat, na deze fikse teleurstelling, de nacompetitie ook op niets uitdraaide.

Het Leen van Emmerik toernooi

In de jaren ‘90 zocht de technische commissie naar een manier om de overgang vanuit de jeugd naar de senioren te versoepelen.  Men kwam tot de conclusie dat dit het best gerealiseerd kon worden met een elftal voor spelers in leeftijdscategorie tot 23 jaar.

In 1999 zou men nog een stap verder gaan. Verschillende mensen opperden namelijk het idee om een toernooi voor deze leeftijdscategorie te organiseren. Het “Leen van Emmerik toernooi”, vernoemd naar de man die jarenlang de rol van accommodatiemeester op zich had genomen, zag haar eerste levenslicht.
Het toernooi zat organisatorisch goed in elkaar en kende een aansprekend deelnemersveld. Tot 2006 zouden verschillende betaald voetbalorganisatie ons sportpark met een bezoek vereren, maar ook bekende amateurverenigingen als Quick’20, Elinkwijk en de Koninklijke HFC stonden diverse malen in het wedstrijdschema vermeld.

Het samenstellen van een aansprekend deelnemersveld werd echter steeds moeilijker. Steeds vaker belden BVO’s op het laatste moment af, maar ook veel amateurverenigingen konden vanwege de vele wedstrijden in de nacompetitie geen respectabel elftal meer in de been krijgen. Dit gegeven zou uiteindelijk het einde van het Leen van Emmerik toernooi inluiden.

De route naar de 1e klasse. 

Arjaans zou Luctor et Emergo na drie jaar verlaten. Met William Breukers haalde men een echte winnaar in huis en wat in de seizoenen onder Arjaans net niet wilde lukken, lukte nu wel. De ploeg van Breukers werd in de reguliere competitie tweede, maar won op overtuigende wijze de nacompetitie. Achtereenvolgens werd er met Eilermark (1-8 en 7-1), GFC (1-4 en 7-1) en Victoria’28 (3-1) afgerekend. Na vier seizoen promoveerde men dus weer naar de derde klasse.

Luctor et Emergo zou de derde klasse vervolgens twee seizoen trouw blijven. In het tweede seizoen van William Breukers werd de doelstelling, handhaving in de derde klasse, nog behaald, maar in het daaropvolgende seizoen moest men, onder leiding van trainer Michel Haije, de verworven status in de derde klasse weer prijsgeven.
Ook het Jubileumjaar (2006) zou op voetbalgebied geen succesvol jaar worden. Het 75-jarig jubileum werd met een jubileumreceptie voor genodigden en een feestavond voor de leden groots gevierd, maar het interim-duo Freddie Bruggink en Rob Bos kon de degradatie van ons eerste elftal dat seizoen niet meer voorkomen.
De feestelijke activiteiten gingen ondanks de teleurstelling gewoon door. Zo stond er later dat seizoen in het kader van het 75-jarig jubileum een duel tegen Heracles Almelo op het programma. Onze eerste selectie weerde zich goed, maar natuurlijk was de tegenstander met o.a. Martin Pieckenhagen, Rob Maas, Rickie van de Berg, Everton Ramos da Silva en natuurlijk onze eigen Mark Looms in de gelederen te sterk voor ons eerste elftal.

Bert Stokkingreef, een oud-betaald voetballer, kreeg vervolgens de opdracht om Luctor et Emergo uit die verfoeide vijfde klasse te loodsen. Een doelstelling die men uiteindelijk in het derde jaar van Stokkingreef wist te behalen. Nadat men er twee seizoenen erg dicht bij was geweest, werd in 2009 de beslissingswedstrijd tegen Reutum gewonnen, waardoor men terugkeerde naar de vierde klasse.

Volgens menigeen zat er echter nog voldoende rek in deze jonge selectie. Ook trainer Rene Woesthuis, hij volgde Bert Stokkingreef dat jaar op, leek dit door te hebben en hamerde in zijn eerste seizoen voortdurend op discipline en stak enorm veel energie in het creëren van het juiste groepsgevoel. Bovendien liet hij niets aan het toeval over en hanteerde hij de juiste tactiek.  De gekozen aanpak resulteerde in twee achtereenvolgende kampioenschappen. Met het kampioenschap van de derde klasse schreef de ploeg van trainer Rene Woesthuis bovendien geschiedenis. Luctor et Emergo kon zich namelijk voor het eerst in haar toch al rijke geschiedenis gaan meten met clubs op 2e klasse niveau.

Woesthuis maakte vervolgens een uitstapje richting Rood Zwart in Delden, maar vond daar niet het geluk en het succes dat hij verwachtte. Op verzoek van de spelersgroep keerde hij vervolgens op het blauw-gele nest terug.  Het zou een succesvolle hereniging worden, die uiteindelijk tot verbazing van velen tot het kampioenschap van de tweede klasse J leidde. Woesthuis werd door dit historische kampioenschap niet alleen de succesvolste trainer in de geschiedenis van onze club, maar zorgde er bovendien voor dat onze blauw-gele trots volgend seizoen voor het eerst op het niveau van de eerste klasse te bewonderen is.

De aanleg van het kunstgrasveld.

In 2010 gaf het bestuur van Luctor et Emergo een eerste aanzet tot het realiseren van een kunstgrasveld op ons sportcomplex. De realisatie kwam destijds ter sprake toen Henny Blom, voorzitter van de Sportraad onze club een toezegging deed omtrent een aan te leggen kunstgrasveld. Blom verliet echter de sportraad en door veranderingen binnen de Gemeente Almelo hoorde Luctor et Emergo niets meer van deze eerder gedane toezegging.

Het bestuur liet het er echter niet bij zitten en vormde een commissie waarin naast Wim Nijkamp, ook Marco Rine, Dick Looms en Rob Rijnbeek zitting namen. De commissie ging opnieuw met de Wethouder van Sport Jan van Marle en enkele andere ambtenaren in gesprek en na vele vergaderingen en overleg, gaf het College van B&W op 3 april 2012 haar goedkeuring voor de realisatie van het gedroomde kunstgrasveld.

Tegelijkertijd werd het onderkomen van de gemeente, ter hoogte van het kunstgrasveld, door de club opgekocht. Diverse leden zullen dit onderkomen in de nabije toekomst ombouwen tot twee ruime kleedkamers. Kleedgelegenheden die we in de toekomst hard nodig zullen hebben, aangezien het ledental momenteel hard op weg is naar ruim 600 leden.

Maar helaas vielen er in het seizoen 2012/2013 ook een aantal dieptepunten te noteren. De eerste schok die de club te verwerken kreeg, was het overlijden van voorzitter en erelid Jan Louwrink. Maar ook het overlijden van erelid Herman Slot en Jan Huurneman, keeperstrainer en voorzitter van de
sponsorcommissie, liet diepe wonden achter. Bovendien overleed niet veel later Leen van Emmerik, een man die jaren als accommodatiemeester aan onze club verbonden zou zijn. Als club moeten we echter verder, hoe zwaar dit voor sommige mensen ook zal zijn!

Luctor et Emergo staat sinds jaar en dag bekend als een echte volksclub. Men is trots op het lidmaatschap van onze club en menig lid ziet de totstandkoming van het lidmaatschap als één van de briljantste daden van zijn of haar ouders. Dit zegt veel over de club, maar zeker ook veel over haar leden. De wapenspreuk “ik worstel en kom boven” is dan ook zeer van toepassing op onze club.

In de ruim 80-jarige historie zijn er vele hoogtepunten, maar zeker ook dieptepunten de revue gepasseerd. Eigenlijk teveel om op te noemen. Daar waar in crisistijd veel clubs het leven lieten, bleef de club van “’t Veld” bestaan. De saamhorigheid is vandaag de dag nog steeds de reden waarom Luctor et Emergo als vereniging zich zo goed ontplooid. Luctor et Emergo staat er op dit moment beter voor dan ooit tevoren. Maar is onze vereniging vandaag de club die het wil zijn en blijven? Daar wordt binnen de club veel aandacht aan besteed. De club is trots op haar verleden maar kijkt verder dan het heden!

Waar zal de vereniging bijvoorbeeld in de toekomst staan. Dat is de vraag die aan bestuurs-, commissie-, kader- en clubleden is gesteld. Tijdens diverse bijeenkomsten is deze gerichte vraag gesteld om uiteindelijk gezamenlijk te komen tot een club die zowel sociaal, prestatiegericht en recreatief op de kaart zal staan. Ambities genoeg!

Inmiddels is er een meerjarenplan opgesteld die ons naar een gezamenlijk doel moet leiden. Luctor et Emergo is een traditionele club en wil voor iedereen toegankelijk zijn. Een sociale vereniging waarbij gezelligheid, fatsoensnormen en gedragsregels hoog in het vaandel staan. Dit kan alleen als de onderlinge verstandhoudingen goed zijn. Communicatie is daarom een belangrijk item in het meerjarenplan. De club zal zich moeten aanpassen aan de tijd.

Vandaag de dag is Luctor et Emergo digitaal bereikbaar en doormiddel van een zeer fraaie en degelijke website worden de leden van onze vereniging, maar ook buitenstaanders, van actuele clubinformatie voorzien. Middels het uitgeven van een periodieke digitale nieuwsbrief wordt interne informatie aan de leden doorgegeven. Organisatorisch zullen er diverse punten anders ingedeeld moeten worden. Het uitgangspunt is om de communicatielijnen  zo kort mogelijk te houden, zowel binnen de vereniging als naar de omgeving toe. Luctor et Emergo is een club in beweging en een club met een  gezonde dosis ambitie. Maar Luctor et Emergo is bovenal een vereniging waar men trots op kan zijn en moet blijven!